Bij openbaar vervoer, telefonie en energievoorziening kun je nog stellen dat er sprake is van een markt: er is een product waarvoor de consument betaalt, er zijn (soms) meerdere aanbieders en er is daarmee concurrentie en er ontstaat een zekere prikkel om zo efficiënt mogelijk te werken. Maar bij de bloedvoorziening wordt het product door betrokken burgers uit maatschappelijke betrokkenheid gratis ter beschikking gesteld aan de marktpartij: Sanquin.
Dit stelt hoge eisen aan het morele kompas van deze instelling. De praktijk is echter anders. Sinds 1 januari van dit jaar is er in Enschede – een stad met ruim 160.000 inwoners – geen bloedbank meer. Enschede is niet de enige stad waar een afnamelocatie verdwijnt. Sanquin heeft het beleid om het aantal locaties landelijk terug te brengen van 50 naar 35.
Het belangrijkste argument daarvoor? Kostenbesparing. ‘Om de bloedvoorziening in Nederland betaalbaar te houden.’ Dat is opvallend, want Sanquin sloot 2022 af met een positief resultaat van € 90,4 mln en beschikt over een eigen vermogen van ruim € 200 mln. Een financiële noodzaak om die afnamelocaties te sluiten lijkt er dus niet te zijn.
Gevraagd naar de businesscase van het sluiten van de Enschedese locatie stelt Sanquin zich op het standpunt dat dit bedrijfsgevoelige informatie is die niet naar buiten gebracht kan worden.
Als maatschappelijke organisatie moet Sanquin zich committeren aan de Wet Normering Topinkomens; de Balkende-norm. Maar in 2023 had Sanquin maar liefst zes directeuren die een salaris kregen boven deze norm. Het argument hiervoor? Salarissen moeten ‘marktconform’ zijn en uitzonderlijke expertise moet ook uitzonderlijk beloond worden. (Bron: Kamerstuk 2023–2024, 29 447, nr. 85.)
Een marktconform salaris hoort bij het bedrijfsleven, niet bij een maatschappelijke voorziening. Bestuurders van Sanquin zouden de verantwoordelijkheid moeten dragen voor een eerlijke, niet buitensporige beloning. Maar ook de leden van de raad van toezicht van Sanquin zoeken de grens van de Wet Normering Topinkomens op. Zo kreeg de voorzitter van de raad van toezicht in 2023 een vergoeding van € 33.450, ruim 75% van het modale inkomen in dat jaar. De overige vier leden van de raad van toezicht ontvingen € 22.300. Voor deze beloning hield de raad vijf reguliere vergaderingen, een ‘deep dive’-vergadering, waren vertegenwoordigers van de raad van toezicht aanwezig bij twee informele overleggen van de ondernemingsraad en onderhielden zij contact met medewerkers van Sanquin.
De Stichting Sanquin is eigenaar van een hele rits aan bv’s. Zo is zij voor 100% eigenaar van Sanquin Health Solutions Group BV en van Sanquin IP BV. Ook is de stichting voor 20% eigenaar van het Amsterdam Cell Therapy Center BV. De overige 80% zijn ook in handen van Sanquin, via Sanquinnovate. Over Sanquinnovate staat op de website van Sanquin: ‘Sanquinnovate is de valorisatie-arm van Sanquin die zich richt op het creëren van nieuwe producten en diensten die waarde toevoegen en oplossingen bieden voor patiënten met bloed-gerelateerde ziekten.’
En dan zijn er ook nog bv’s die direct onder Sanquin vallen met klinkende namen als Sanquin Diagnostiek BV, Essange Reagents BV, Sanquin Real Estate BV, Sanquin Property & Services BV, Direct Diagnostics BV en SanSepsis BV. Naast deze eigen bv’s investeert Sanquin ook in andere bedrijven, zoals mu-Drop BV (25%), Alveron Pharma BV (17,14%) Prothya Holding (15%) en HealthInc (10%).
Door deze bedrijfsstructuur kan Sanquin geld binnen verschillende bv’s laten circuleren, zonder dat dit zichtbaar is in de geconsolideerde jaarrekening. Dat betekent dat er naast de ruim € 200 miljoen eigen vermogen mogelijk nog verborgen kapitaal aanwezig is. En al die bedrijvigheid draait op uit altruïsme afgestaan bloed en plasma.
De bloedvoorziening in Nederland is vastgelegd in de wet. Sinds 25 jaar is Sanquin aangewezen als de instelling die de bloedvoorziening in Nederland moet regelen.
Tot 2021 stuurde de minister elke twee jaar een ministerieel plan bloedvoorziening naar het parlement. Sinds 2024 is dit echter vervangen door ‘een stand van zakenbrief’, opgesteld door Sanquin zelf.
Noch in het laatste ministerieel plan, noch in de stand van zakenbrief 2024 wordt melding gemaakt van het ingrijpende besluit om het aantal locaties waar bloed wordt afgenomen te verminderen. In het vigerende beleidsplan van Sanquin over de periode 2024-2028 staat wel het voornemen het aantal afnamelocaties terug te brengen naar 35. Waarom wordt hiervan geen melding gemaakt in de stand van zakenbrief zodat de Tweede Kamer daarover ingelicht wordt en haar mening kan vormen? Om het beleidsplan in te zien was overigens een WOO-procedure en de onvermijdelijke hoeveelheid zwarte lak nodig.
Samenvattend. Bloedbanken zijn een belangrijke maatschappelijke voorziening. In Nederland is Sanquin aangewezen als partij die dat moet organiseren. In Sanquin gaat erg veel geld om. Donoren geven hun bloed uit de wens om de medemens te helpen en doen dit geheel belangeloos. Met het geld dat Sanquin verdient aan dat bloed en plasma neemt zij actief deel aan het economische verkeer. Als de winst daarvan gebruikt wordt om het de donoren zo gemakkelijk mogelijk te maken of om maatschappelijke projecten in de gezondheidszorg op te zetten is dat een prima model. Sanquin maakt echter andere keuzes.
Het is daarom tijd om de bloedvoorziening in Nederland opnieuw onder de loep te nemen. Het kan niet zo zijn dat met het bloed en plasma dat vrijwilligers doneren uit medemenselijkheid een bedrijfsmodel draaiende wordt gehouden waar winstmaximalisatie voorop lijkt te staan, bestuurders topsalarissen incasseren en waarop democratische controle nauwelijks mogelijk is. Dat is niet alleen moreel onjuist, het ondermijnt ook de bereidheid bloed te doneren en zet daarmee het voortbestaan van bloedbanken in Nederland op het spel.